Je staat in de winkel voor een muur vol bakjes met vissen. Neons, guppy's, een paar felgekleurde cichliden, misschien een schaal met garnalen erbij. Alles ziet er mooi uit. Maar welke soorten kun je eigenlijk samen zetten, en welke gaan elkaar binnen twee weken opjagen of opeten? Dat is precies waar het vaak misgaat: niet omdat vissen lelijk zijn, maar omdat de combinatie niet klopt.
Begin bij je aquarium, niet bij de vis
De volgorde die de meeste problemen voorkomt: eerst kijken wat je bak aankan, dan pas een soort kiezen. Niet andersom. Een vis die je mooi vindt maar die volwassen 25 centimeter wordt, past niet in een bak van 60 liter, hoe graag je hem ook wilt.
Reken met een vuistregel van 1 centimeter volwassen visgrootte per liter water, en trek daar bij drukbezette bakken nog wat vanaf. Een school van tien neons (elk zo'n 3 cm) vraagt dus al snel 30-40 liter puur voor die vissen, plus ruimte voor de rest.
Kleine bak (tot 60 liter)
Hier werk je met kleine, rustige soorten: neonvissen, ember tetra's, guppy's, corydoras (bodemvissen) en garnalen zoals de Amano of Red Cherry. Geen territoriale cichliden, geen grote meervallen die "later wel klein blijven" (dat doen ze bijna nooit).
Middelgrote bak (60-150 liter)
Meer ruimte voor combinaties: zwaarddragers, platy's, harlekijnbarbelen, een groepje corydoras én een rustige bodembewoner zoals een bristlenose meerval. Ook de eerste kleine cichliden, zoals apistogramma's, kunnen hier goed uit de voeten.
Groot aquarium (150+ liter)
Vanaf hier kun je denken aan discusvissen, grotere cichliden of een gemengde gemeenschapsbak met meer verschillende soorten tegelijk. Twijfel je nog over de juiste maat en uitrusting voor zo'n bak, lees dan groot aquarium kopen: hoe kies je de juiste maat en uitrusting.
Tip
Schrijf de volwassen grootte van elke vis op vóór je koopt, niet de grootte die hij nu in de winkel heeft. Een cichlide van 4 cm in het bakje kan binnen een jaar 15 cm worden.
Vissen die wel en niet samengaan
De meeste conflicten in een aquarium komen niet door "boze" vissen, maar door drie dingen: te weinig ruimte, te weinig soortgenoten voor schoolvissen, of een verkeerde mix van temperament.
Schoolvissen: nooit alleen
Neons, harlekijnbarbelen, zebravissen en de meeste tetra's zijn schoolvissen. Met minder dan zes exemplaren worden ze gestrest, verstoppen ze zich, en vallen ze soms zelfs elkaar lastig omdat ze geen groep om zich heen hebben. Koop ze dus altijd in groepen van minimaal zes, liever acht tot tien.
Territoriale soorten: beperk het aantal
Cichliden, sommige barbelen en bepaalde vechtvissen verdedigen een stukje bodem of een schuilplek. Zet er niet te veel bij elkaar in een kleine ruimte, en geef ze genoeg decoratie om elkaar uit het zicht te ontwijken. Een paar potten, wortels of stenen breken de zichtlijnen en verminderen agressie aanzienlijk.
Bodemvissen: makkelijke aanvulling
Corydoras, garnalen en de meeste meervalsoorten ruimen resten op de bodem op en zitten de andere vissen niet in de weg. Ze zijn voor bijna elke gemeenschapsbak een veilige toevoeging, zolang de bak niet overvol is.
Wist je dat?
Vechtvissen (Betta) worden vaak los in een klein kommetje verkocht, maar horen eigenlijk in een aquarium van minimaal 20 liter met verwarming en filter. Twee mannetjes bij elkaar gaat vrijwel altijd mis.
Watertemperatuur en waterwaarden: check dit vóór je koopt
Niet elke vis wil hetzelfde water. Discusvissen houden van warm water rond de 28 graden, terwijl goudvissen juist koeler water prefereren, rond de 18-22 graden. Zet je ze bij elkaar, dan is één van de twee groepen structureel ongelukkig.
Kijk ook naar de pH-waarde. De meeste Zuid-Amerikaanse soorten zoals neons en discusvissen houden van iets zuurder water (pH 6-7), terwijl Afrikaanse cichliden juist hardere, alkalische omstandigheden nodig hebben (pH 7,5-8,5). Meng je die twee groepen, dan werkt het voor geen van beide goed.
Test je water dus voor je vissen koopt, niet erna. Welke testsets en middelen je daadwerkelijk nodig hebt, staat in waterbehandeling aquarium: welke testsets en chemicaliën je echt nodig hebt.
De cyclus: waarom je bak eerst moet "inlopen"
Dit is de valkuil waar de meeste beginners tegenaan lopen. Een gloednieuw aquarium vullen met water en er dezelfde dag vissen in zetten, gaat bijna altijd mis. Het filter mist dan nog de bacteriën die ammoniak en nitriet afbreken, en die stoffen zijn giftig voor vis.
Reken op 3 tot 6 weken inloopperiode voordat je de eerste vissen toevoegt, en zelfs dan: begin met een paar robuuste soorten (zoals platy's of zebravissen), niet met de gevoeligste vis uit je lijstje. Voeg daarna elke 1-2 weken een klein groepje toe, zodat het filter kan meegroeien met de bioload.
Tip
Een goed werkend filter is de basis van een stabiele bak. Zonder voldoende filtercapaciteit blijft je waterkwaliteit wisselvallig, ongeacht hoe rustig je vissen kiest. Een overzicht van filters van Juwel, Eheim en Fluval staat in de beste aquariumfilter.
Voorbeeldcombinaties die vaak goed werken
Startersbak 54-60 liter
- 8 neonvissen (schoolvis)
- 4 corydoras (bodemvis)
- 4 amanogarnalen (opruimers)
Rustig, weinig territoriaal gedrag, en alle soorten hebben vergelijkbare waterwensen.
Gemeenschapsbak 100-150 liter
- 10 harlekijnbarbelen
- 6 zwaarddragers
- 1 bristlenose meerval
- 6 corydoras
Meer variatie in kleur en gedrag, nog steeds vreedzaam onderling.
Wat je beter niet combineert
- Goudvissen met tropische vis (verschillende temperatuurwensen)
- Meerdere mannetjes vechtvis in dezelfde bak
- Grote, snelgroeiende meervallen in een kleine bak "omdat ze schoonmaken"
- Garnalen samen met vis die ze als voer beschouwt, zoals grotere cichliden
Voeding: niet elke vis eet hetzelfde
Bodemvissen zoals corydoras eten vooral wat er naar de bodem zakt, terwijl schoolvissen als neons juist bovenin en middenin het water foerageren. Geef je alleen vlokvoer dat blijft drijven, dan komt de bodemvis structureel tekort. Een korrel of tablet die zinkt, lost dat probleem meteen op.
Welk voer bij welke soort past, staat uitgebreider beschreven in beste aquariumvoer: welk voer voor welke vis.
Kort samengevat
Kies eerst de bak, dan pas de vis. Zet schoolvissen altijd in groepen van zes of meer, check watertemperatuur en pH voordat je soorten combineert, en laat een nieuw aquarium 3 tot 6 weken inlopen voor je de eerste vis toevoegt. Kleine, rustige bakken vragen om kleine, rustige soorten; hoe groter de bak, hoe meer ruimte voor territoriale of grotere vis.
Marcel Kuperus
Oprichter & Hoofdredacteur bij Aquariumwereld. Onafhankelijk advies over aquaria en aquariumbenodigdheden, gebaseerd op specificaties, prijzen en ervaringen van gebruikers.